“Puur op de keper beschouwd heeft Noord-Holland het kustpact niet nodig… Voor Noord-Holland hebben wij nu al het juiste instrumentarium voor handen om ervoor te zorgen dat er alleen gewenste ontwikkelingen aan de kust mogelijk gemaakt worden.” Dat zei Gedeputeerde Geldhof (D66) onder meer tijdens de Statenvergadering van 14 november tijdens een debat over het beschermen van de kust. Tegelijkertijd wil het provinciebestuur de Provinciale Ruimtelijke Verordening wijzigen om zo meer permanente (sport) strandpaviljoens toe te kunnen staan. GroenLinks Noord-Holland wil daar een stokje voor steken. Maandag brengt de fractie een voorstel hiertoe in stemming.
GroenLinks Statenlid Fred Kramer: “De gesprekken over het kustpact en mogelijke aanscherping van het provinciale kustbeleid zijn nog in volle gang. Dan geeft het toch geen pas om als provincie Noord-Holland nog even snel meer jaarrond strandbebouwing toe te staan? GroenLinks vindt dat de provincie op zijn minst de komst en uitwerking van het Kustpact moet afwachten. Het provinciebestuur mag nu geen onomkeerbare stappen zetten en dient zich terughoudend op te stellen.”
Kramer vindt de uitspraken van het provinciebestuur opmerkelijk: “Het Kustpact heeft tot doel om de kust en de natuur te beschermen en voor iedereen toegankelijk te houden. Vrijwel iedereen, behalve sommige projectontwikkelaars, horeca- en recreatieondernemers, juicht de komst hiervan dan ook toe. GroenLinks ook, want het huidige Noord-Hollandse beleid biedt niet voldoende houvast om alle ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Het kustpact is het antwoord op de groeiende beweging van kustbeschermers. Bij de uitwerking gaat het, wat GroenLinks betreft, om het aanscherpen van het beleid. Het valt niet uit te leggen als de provincie besluit de mogelijkheden voor permanente strandbebouwing nu juist te verruimen.”
GroenLinks wil wel dat er een uitzondering gemaakt wordt voor de jaarrond reddingsbrigade-gebouwen. Kramer: “Deze voorzieningen staan in dienst van de veiligheid van de baders en de zwemmers en zijn derhalve maatschappelijk noodzakelijk. Bovendien dragen deze voorzieningen naar hun aard niet het risico in zich om als paddenstoelen uit de grond te schieten. Maar voor de (sport)paviljoens dus even pas op de plaats.”