In de commissievergadering Ruimte en Milieu van 12 februari jl., moest GS terugkomen op haar plan om het zeer gewenste windpark Haarlemmermeer zuid te blokkeren. Er moet opnieuw onderzoek gedaan worden naar de punten die GS steeds als belemmeringen opvoerde. Wat was er gebeurd?
De provincie heeft vorig jaar een kaart opgesteld met zoekgebieden voor te plaatsen windmolens. Dit om in doelstelling voor 2020 van 685,5 mw wind op land te voorzien. Het was en is een curieuze kaart die de plekken waar initiatieven zijn en draagvlak is voor windmolens voor een groot deel uitsluit. Tegelijkertijd worden plekken waar de maatschappelijke weerstand groot is tot zoekgebied verklaard. Een van die plekken die uitgesloten werden was het windpark Haarlemmermeer zuid. De provincie vond een andere plek dichtbij Schiphol beter. Maar daarvan is de mogelijkheid (vlak onder de landingsbanen) al bij voorbaat niet serieus te noemen.
De argumenten om Haarlemmermeer niet te willen, waren voor GS onder andere dat het gebied onderdeel uitmaakt van het groene hart. Maar dat is nu weer precies het onderscheid tussen de theorie van de kaart van de provincie en de werkelijkheid ter plekke. Die werkelijkheid bestaat uit elektriciteitsmasten, industrieterreinen en brede doorsnijdende wegen,
In de staten vergadering van 15 december jl had GroenLinks daarom een motie ingediend om het windpark alsnog op de kaart te zetten. De motie werd toen onvoldoende door de andere fracties gesteund. Maar de argumenten van GS tegen de locatie werden toen al wat breder niet sterk gevonden. GS moest met een verhaal komen om dat nader te onderbouwen. Dat verhaal kwam vlak voor de commissievergadering van 12 februari en had de strekking van ‘we willen niet omdat we niet willen’. En die houding bleef GS uitzenden bij het debat. Toen kregen ook andere fracties er genoeg van en sloten zich aan bij de inzet van GroenLinks. GS moet opnieuw aan de slag en Haarlemmermeer zuid nu eindelijk eens serieus gaan benaderen.
Titia van Leeuwen: ‘heel blij dat tenminste één van de initiatieven die al lang en goed bezig zijn nu nog in beeld blijft. Maar het blijft een gemiste kans dat dat voor veel andere initiatieven waar ook veel draagvlak voor is niet geldt. Die blijven met lege handen zitten, terwijl GS locaties met veel maatschappelijke weerstand of andere belemmeringen (Schiphol, NUON) wel op de kaart wil houden.’