Watersymposium-1

Het symposium werd afgetrapt door Lisette de Senerpont Domis, aquatisch ecoloog bij Aquatisch Kenniscentrum Wageningen (AKWA). Haar presentatie begon met een uitleg over de impact van de mens op de natuur. Doordat we onszelf lang niet als onderdeel van de natuur en haar ecosystemen hebben gezien, maar deze alleen hebben gebruikt, is het slecht gesteld met de waterkwaliteit. 

In Europa bungelt Nederland onderaan als het gaat om waterkwaliteit en ook in de provincie voldoet geen van de 89 waterlichamen van Noord-Holland voldoet aan de chemische kwaliteitskenmerken. Er zijn Europese doelstellingen opgesteld om de waterkwaliteit te verbeteren. Deze moeten in 2027 gerealiseerd zijn. Tot nu toe heeft Nederland zich slechts beroepen op uitzonderingen die het halen van doelstellingen onmogelijk maken. Echter, ondertussen is er nog maar vijf jaar over. De tijd dringt dus.

De tweede sprekers was mr. dr. ir. Jasper van Kempen van het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law en adviseur bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hij ging verder in op de Kaderrichtlijn Water en de doelen die hierin worden geformuleerd. Deze doelen zijn de nationale uitwerking van Europese doelen. Hij vertelde dat doelen eigenlijk al in 2015 gerealiseerd hadden moeten zijn. Door termijnverlenging en andere uitzonderingen is tijd gewonnen tot 2027.

Ook vertelde hij hoe dit Europese beleid op nationaal en daarna op provinciaal niveau terugkomt in programma's zoals het Regionaal Waterprogramma. De rol van regionale overheden is relatief beperkt. Zij kunnen omgevingswaarden vaststellen aanvullend op doelen van het Rijk. Ook kunnen decentrale overheden maatwerk leveren waar het Rijk dat niet kan.

De provincie kan ook lagere bestuurslagen aansporen om voortvarender met het water aan de slag te gaan.

Watersymposium-2
Watersymposium-3

De derde en vierde sprekers waren Arjen Frentz en Koen Zuurbier van, respectievelijk, vereniging van waterbedrijven Nederland (Vewin) en het waterleidingbedrijf PWN. Zij gingen vooral in op de opaven die er liggen voor het beschikbaar houden van voldoende drinkwater.

Vewin maakt zich grote zorgen over de kwaliteit van drinkwaterbronnen, die volgens verschillende rapporten van KWR, PBL en RIVM onder toenemende druk staan. 

Koen Zuurbier vertelde dat drinkwaterbedrijven steeds harder moeten werken, in plaats van minder, om stoffen te verwijderen. Dit ondanks de KRW-doelen. Hierdoor wordt er ook niet verduurzaamt, want zuiveringssystemen zijn intensief en verbruiken dus o.a. veel energie. 
 

Wiebe Borren, adviseur hydrologie bij Natuurmonumenten, gaf hierna een presentatie over de verbondenheid tussen de kwaliteit van water en de natuur.

Waterkwantiteit en waterkwaliteit zijn sterk met elkaar verbonden als het gaat om waterbeheer. Het gaat dus om voldoende water, maar ook water van voldoende kwaliteit. Zo wordt de verdrogingsaanpak makkelijker als de waterkwaliteit op orde is. Dus verdrogingsaanpak en verbetering van waterkwaliteit moeten hand in hand gaan.

Een belangrijk probleem is dat natuurlijke kwelstromen zijn afgenomen. Dat heeft te maken met daling van het grondwater op hoge zandgronden, hierdoor neemt de kweldruk af en komt er minder water naar lager gelegen natuurgebieden. Tegelijkertijd sijpelt er wel steeds meer water naar landbouwgebieden, die door inklinking steeds lager komen te liggen. 

Watersymposium-4
Watersymposium-5

De laatste presentatie werd gegeven door dr.ir. Rick Hogeboom, directeur van het Water Footprint Network, een internationale netwerkorganisatie die eerlijk en slim watergebruik wereldwijd bevordert met behulp van het watervoetafdruk concept. Tevens universitair docent aan de Universiteit Twente. Deze presentatie ging over bewustwording. We gebruiken veel meer water dan we eigenlijk denken doordat in de productie van veel producten enorm veel water wordt gebruikt. 

Ons kopje koffie kost 132 liter water, een t-shirt 2500 liter en een kilo vlees 15.400 liter. Dit zijn een paar voorbeelden van de watervoetafdrukken van producten. Als we die allemaal optellen dan gebruikt de gemiddelde Nederlander per dag 4000 liter. Dit werd door Rick Hogeboom onzichtbaar verbruik genoemd. Uiteindelijk betalen we ook maar voor 1% van het door ons verbruikte water. De rest is allemaal onzichtbaar.

We moeten rekening gaan houden met dit onzichtbare waterverbruik. In onze consumptiepatronen, maar ook in beleid dat wordt gemaakt moet hier rekening mee worden gehouden.

Naast deze sprekers waren er een aantal voorbeelden van duurzame bedrijven die de verbetering van de waterkwaliteit als één van de hoofddoelen hebben. Marc Buiter van Voedselbosbouw Nederland legde uit hoe voedselbossen kunnen helpen bij het verbeteren van waterkwaliteit. Joost van Strien, veranderboer bij akkerbouwbedrijf “Zonnegod”, legde uit hoe je met het verbouwen van voedsel kan bijdragen aan het verbeteren van de natuur. Laatstelijk legde Brigitte de Graaf, onderdeel van het board van Krill Robotics, uit hoe zij met autonome robots watermetingen doen.

Je kunt het hele symposium terugkijken via deze link.

Laatstelijk, water staat al bij de volgende Provinciale Statenvergadering (maandag 31 januari) op de agenda in de vorm van het Regionaal Waterprogramma 2022-2027. De informatie van de sprekers zal ongetwijfeld terugkomen in de inbreng en moties van partijen

Foto's door Menno Herstel (Herstel Werkzaamheden Fotografie)