Vandaag wordt de begroting voor 2017 vastgesteld. Lees hieronder de spreektekst van onze fractievoorzitter Alwin Hietbrink bij de algemene beschouwingen (gesproken tekst geldt).

De afgelopen decennia is de Nederlandse politiek slachtoffer geworden van een gevaarlijke illusie. De illusie dat meer markt en minder overheid ons welvarender zou maken en ons welzijn zou verhogen. De illusie dat de markt het altijd beter weet dan het collectief, de illusie dat hoge collectieve uitgaven een probleem zijn en lagere belastingen altijd een zegen. Deze denktrant beperkte zich niet tot de verhouding tussen markt en staat. Ook de politiek zelf moest meer als een bedrijf gerund worden. De BV Nederland verzelfstandigde cruciale publieke sectoren als het onderwijs en de zorg, liet externe toezichthouders de voortgang monitoren en werd zelf de boekhouder van de BV. De publieke sector bleef verweesd achter, met alle gevolgen van dien. De inkomensongelijkheid nam toe, een doortastende aanpak van het klimaatprobleem bleef uit en in het onderwijs en de zorg ontstond een volledig doorgeslagen meetcultuur die niet welzijn maar rendement als belangrijkste doel had. 

GroenLinks heeft zich altijd krachtig verzet tegen deze ontwikkelingen. Politiek is meer dan boekhouden voor gevorderden en begint met een waardengedreven visie op onze gezamenlijke toekomst. Voor die toekomst is naar onze mening een nieuw evenwicht tussen markt, samenleving en overheid noodzakelijk. Met wat minder markt, met een andere overheid en met meer samenleving. Gelukkig is er langzaam een andere kijk op de overheid aan het ontstaan en wij juichen die ontwikkeling toe. Het is een actievere overheid, een overheid die krachtige politieke interventies onmisbaar acht, maar tegelijkertijd veel waarde hecht aan het creëren van ruimte voor maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, een overheid voor een land waarin het betalen van belasting niet wordt gezien als een vorm van gelegitimeerde diefstal van hardwerkende burgers, maar als de prijs die je betaalt voor beschaving. Die andere kijk op de overheid is in de provincie Noord-Holland nog maar zeer mondjesmaat doorgedrongen. We denken met elkaar wel na over het betrekken van inwoners bij de provinciale politiek maar het debat over onze rol als overheid komt niet verder dan een grijsgedraaide plaat over kerntaken en Lodders plus. Dat betreuren wij. Ook in Noord-Holland zullen we meer moeten nadenken over een transformatie van de manier waarop we omgaan met onze inwoners en maatschappelijke instellingen. Vandaag willen wij daar een aanzet  voor geven.



Laat ik beginnen met de grootste uitdaging van onze tijd, het klimaatprobleem. “Ons huis wordt geruïneerd, en dat schaadt iedereen, vooral de armsten onder ons”, aldus de Paus. Daarmee doelt hij natuurlijk niet op Noord-Hollanders. De eerste slachtoffers van het klimaat zijn niet hier gevallen. Noord-Holland is wat dat betreft een tamelijk veilige plek, anders dan Darfur, anders dan Syrië. Want veel van de huidige conflicten in de wereld houden verband met het veranderende klimaat. Droogte zorgt voor mislukte oogsten, gebrek aan voedsel en water, schaarste leidt tot toenemende rivaliteit, wat uit kan monden  in bloedige conflicten. Daar kunnen wij ons hier wel of niet verantwoordelijk voor voelen. Dat is een keuze. Wat geen keuze is, is het feit dat we, ook in Noord-Holland, geconfronteerd worden met de gevolgen van die conflicten. Een paar maanden geleden werd nog in allerijl naar opvanglocaties voor vluchtelingen gezocht.



Het is dus bittere noodzaak zo snel mogelijk stevig in te zetten op het tegengaan van klimaatverandering. Die urgentie herkennen wij nog niet bepaald in de voorliggende begroting. Het grote geld is  gereserveerd voor het aanleggen van wegen, niet voor duurzaam openbaar vervoer of de fiets, niet voor duurzame landbouw. Het klimaat komt er uiterst bekaaid vanaf. GroenLinks staat een heel andere verdeling van middelen voor. Voor ons speelt het klimaat geen bijrol, het speelt een hoofdrol. En dat zou het inmiddels voor iedereen moeten doen. Want of het nu uit liefde voor de wereld, de natuur, de medemens of onszelf is; het is de hoogste tijd.



Onlangs hebben wij met de Partij voor de Dieren en de Partij van de Arbeid een klimaatinitiatief ingediend. Het college heeft een aantal ‘alternatieve’ voorstellen gedaan en daar een prijskaartje van 800.000,-- aan gehangen. Welnu, wij gaan graag een stapje verder. Wij stellen voor niet de alternatieve voorstellen ter hand te nemen, maar het initiatief zoals voorgesteld integraal door te voeren. De kosten daarvoor zijn door Gedeputeerde Staten begroot op ongeveer 4 miljoen euro structureel per jaar. Dat is een mooi begin om goed inzicht te krijgen in waar we staan en waar we, langs welke wegen naar toe kúnnen gaan. In de commissie was er veel discussie of we daarmee niet een heel – vooral papieren- apparaat zouden optuigen. Wij denken dat je kennis nodig hebt om effectief klimaatbeleid te kunnen voeren en menen dat die kennis ook integraal onderdeel moet worden van de organisatie. Want duurzaamheid is veel meer dan alleen een routekaart aan de muur van één of twee ambtenaren. Als het aan GroenLinks ligt wordt duurzaamheid verankerd in elke vezel van de organisatie en wordt bij elk besluit van GS de CO2 voetafdruk meegenomen in de afweging. Dat gaat met de alternatieve voorstellen van GS niet lukken. Begin december organiseren wij samen met de PvdD en de PvdA een symposium over de urgentie van  het klimaatprobleem. We zullen daarom vandaag geen amendementen indienen op dit punt, maar daar werk van maken bij de bespreking van ons initiatief in Provinciale Staten. En dat is inderdaad pas het begin. Want op het moment dat werkelijk inzichtelijk is welk beleid welk effect heeft op het klimaat, kan het klimaat in alle dossiers de aandacht krijgen die nodig is. Dat leidt er ongetwijfeld toe dat aanvullende maatregelen op diverse beleidsterreinen nodig zijn. En ja, dat kost geld.



Voorzitter, van onderop bruist het in Noord-Holland van de initiatieven om schone energie op te wekken. Zo is er bijvoorbeeld de uitvoeringsregeling zonnestroom op maatschappelijk vastgoed, waarvan het subsidieplafond reeds halverwege de looptijd is bereikt. Doodzonde om initiatieven die her en der inmiddels volop in ontwikkeling zijn, niet dat duwtje te geven dat ze nodig hebben. Wij dienen daarom een motie om het subsidieplafond te verhogen. Bizarre provinciale regels en een gebrek aan lef frustreren de overgang naar een duurzame samenleving. Neem bijvoorbeeld de 2-voor-1 windmolenregeling, die speculatie stimuleert en kleinschalige initiatieven torpedeert. Initiatieven zoals die in het Amsterdamse havengebied hebben geen overheid nodig die ze dwarsboomt, maar een actieve overheid die hen faciliteert en ondersteunt, die aanzet om actie te ondernemen en richting geeft. En vooral een overheid die niet op het minimale koerst, maar bereid is de lat een stuk hoger te leggen. Mijn fractie bespeurt weinig gevoel van urgentie bij GS. Waarom klimt het bestuur bijvoorbeeld wél in de pen over de hoogte van een fietsbrug in Amsterdam, maar blijft zij stil als blijkt dat in de Amsterdamse haven diesel wordt vermengd met giftige stoffen?

Het is inmiddels wel duidelijk dat meer asfalt aanleggen geen oplossing is voor het mobiliteitsprobleem. Het beschikbare geld kan effectiever worden ingezet op verbetering van het openbaar vervoer en het fietsnetwerk. GroenLinks kiest voor meer en beter openbaar vervoer. Dat betekent dat wij structureel meer willen besteden aan de concessies zodat we de kwaliteit van het netwerk als geheel kunnen verbeteren door met name het fijnmazige openbaar vervoer te versterken. Een belangrijke methode hiervoor is het uitrollen van het project Texelhopper op het vaste land van Noord-Holland. Wij vragen GS binnenkort hiervoor met concrete voorstellen te komen. GroenLinks wil ook investeren in snelle lijnen; zo zou het Amsterdamse metronetwerk gekoppeld moeten worden aan de regio, vragen wij om de vertramming van de Zuidtangent en een nieuw onderzoek naar de IJmeerspoorlijn, uitgevoerd als tunnel. In de discussie over het verbeteren van de bereikbaarheid van Den Helder vragen wij GS vooral te richten op de verdubbeling van het spoor.



Voorzitter, de natuur ontwikkelt zich niet spontaan, maar wordt in zeer hoge mate gestuurd door politieke keuzes. Drie voorbeelden.

1. De keuze om het tekort op het NNN nu niet op te lossen, is niet de keuze van GroenLinks. We willen GS wel complimenteren met het feit dat ze nu eindelijk het beestje bij de naam durft te noemen. Desalniettemin moet GS haar prioriteiten op orde krijgen om de  gewenste natuurontwikkeling en -uitbreiding tijdig zeker te stellen. Daarvoor moeten er drie dingen gebeuren: de voorgenomen projecten moeten sneller in de uitvoeringsfase belanden, er dient zo spoedig mogelijk een integraal en realistisch verwervings- en omzettingsplan te worden opgesteld, en er moet nu reeds worden besloten op welke wijze het per 2025 ontstane tekort dient te worden gefinancierd. PvdD en GL dienen hiertoe een amendement in.

2. Financiering van de terreinbeherende organisaties, die belast zijn met het beheer van de provinciale natuurgebieden en waarvoor zoveel Noord- Hollandse burgers zich als vrijwilliger met hart en ziel inzetten, vraagt om herbezinning. De beschikbare budgetten zijn voor diverse TBO’s (zoals LNH) te krap bemeten, die daardoor dreigen hun opgedragen beheertaak niet naar behoren te kunnen uitvoeren. Wij vinden het te makkelijk om deze organisaties dan maar op het spoor te zetten van efficiënter werken en het afstoten van grondgebied. Ook het aanzetten tot nieuwe verdienmodellen kan niet in de plaats komen van een financiering van het natuurbeheer, die recht doet aan de verantwoordelijkheid van de provincie. Wij dienen nu geen motie in, maar zullen het overleg hierover voortzetten in NLM.

3. GroenLinks rekent op een ambitieuze uitwerking van het kustpact, op een wijze die verrommeling van strand en duinlandschap effectief tegen gaat en die primair ruimte schept voor beleving van natuur en stilte en -binnen afgebakende zones- voor passende recreatievormen. Maar dat is niet genoeg. Binnen de grenzen van de kustgemeentes zijn allerlei ongewenste ontwikkelingen gaande, die met gebruikmaking van het wettelijk RO-instrumentarium moeten worden gestopt, uiteraard met respectering van onherroepelijk verworven rechten van derden. SP, GL, CU/SGP, PvdD en 50PLUS dienen hierover een motie in.

Voorzitter, de provincie heeft fors gesneden in de middelen voor cultuur op basis van een rigide en beperkte opvatting over de kerntaken van de provincie. Cultuureducatie zou daar bijvoorbeeld niet thuis horen. We zijn blij dat er toch nog een beetje geld is voor dat doel, maar maken ons grote zorgen over de manier waarop de culturele infrastructuur van de provincie wordt ontmanteld. Vooral bij de Cultuurcompagnie zijn de gevolgen van provinciale bezuinigingen pijnlijk zichtbaar. U weet dat door aangekondigde bezuinigingen daar in 2015 een ingrijpende reorganisatie heeft plaatsgevonden. Afgelopen zomer kwam daar nog eens het onverwachte en bizarre bericht over een algehele subsidiestop per 1 januari 2017 overheen. Noodgedwongen houdt CCNH nu op te bestaan en fuseert het restant met Stichting Nationaal Museumfonds. Ons aangekondigde steun-amendement heeft nu – helaas, zou ik willen zeggen - geen zin meer.

Stichting CultureBase is één van de verzelfstandigde onderdelen waar een klein steuntje nog wel kan helpen. Het is de Stichting gelukt om in één jaar tijd 320 betalende partners te werven.  Wij zijn onder de indruk van die inspanningen en zien graag dat zij in 2017 de organisatie en haar netwerk verder uitbouwen. Om die reden stellen wij Provinciale Staten (PS) voor hen in 2017 een incidentele projectsubsidie beschikbaar te stellen ter grootte van 100.000 euro. 

Voorzitter, ik ga afronden. Het stikt in Noord-Holland van initiatieven van burgers en ondernemers die zich in hun eigen leefomgeving solidair tonen met het milieu, zich inzetten voor de  natuur en met eenvoudige projecten grote veranderingen tot stand brengen. Zij schreeuwen om een andere manier van provinciaal besturen. We moeten zichtbaar dichterbij de mensen staan. Daarvoor is wel een actieve provincie nodig die loskomt uit de vastgeroeste kerntaken discussie. Een provincie die verantwoordelijke ondernemers en burgers, die het heft in eigen hand nemen, faciliteert en ondersteunt. We zijn met elkaar in gesprek om die burgerparticipatie handen en voeten te geven. GroenLinks zoekt naar mogelijkheden om burgers niet alleen aan de voorkant te laten meedenken, maar ze ook meer (financiële) zeggenschap te geven. Wij worstelen met de vraag of je gemeentelijke initiatieven met buurtbudgetten zou kunnen opschalen naar een provinciaal niveau. Dat is zeker het onderzoeken waard. Om die reden dienen we op dat punt een motie in. Die motie kan hopelijk een kleine stap zijn die kan bijdragen aan die andere overheid, een overheid met hart voor de publieke zaak, een overheid die burgers de ruimte geeft en hen faciliteert in plaats van frustreert. Motie.