GroenLinks stelt vragen over het afschaffen van de voorrangsregel voor statushouders in Castricum

De provincie oefent toezicht uit op de wettelijke taken van de gemeente. De huisvesting van vergunninghouders is een van die wettelijke taken. Het Rijk bepaalt hoeveel vergunninghouders een gemeente moet huisvesten. De provincie houdt daar toezicht op. Gemeenten moeten vergunninghouders huisvesten, weigeren is niet toegestaan. Het Noordhollands Dagblad berichtte op 27 september dat de gemeente Castricum als eerste gemeente in Nederland de voorrang voor statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen afschaft.

GroenLinks keurt het ten stelligste af dat de woningnood, ontstaan door falend overheidsbeleid, wordt afgewenteld op mensen die moeten vluchten voor oorlog, geweld of voor vervolging. Wat GroenLinks betreft maken vluchtelingen deel uit van de Noord-Hollandse samenleving en doen vanaf dag één mee. Door een langdurig verblijf in een AZC loopt de inburgering juist vertraging op. Dat is voor niemand goed. Vluchtelingen zijn nieuw in Nederland en hebben meestal geen sociaal netwerk. Dat maakt zelfstandig zoeken en vinden van huisvesting erg moeilijk.

Vragen van Rosan Kocken en Fred Kramer aan Gedeputeerde Staten (GS)

  1. Is GS bekend met het bericht dat Castricum als eerste gemeente de voorrang voor statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen afschaft?
  2. Deelt u de mening van GroenLinks dat het onverstandig is om de voorrangsregeling voor statushouders af te schaffen? Zo ja, is GS bereid om hier met het college van B&W van Castricum over in gesprek te gaan? Zo nee, waarom niet?
  3. Kunt u toelichten op welke wijze er in de provincie Noord-Hollland toezicht wordt uitgeoefend op de wettelijke taak van de gemeente m.b.t. huisvesten van vluchtelingen?
  4. Kunt u beschrijven hoe er wordt gehandhaafd op gemeenten die hier niet (in voldoende mate) aan voldoen. Is er een stappenplan dan wel een interventieladder? Hoeveel tijd zit er tussen het signaleren en het opleggen van een sanctie?

Gedeputeerde Staten zullen de gestelde vragen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na binnenkomst, beantwoorden.