Gesloten bestuurscultuur nekt open debat; coalitiediscipline belemmert samenwerking

 Een kijkje in de keuken

Keer op keer worden vanuit GroenLinks en andere oppositiepartijen pogingen ondernomen om de gesloten bestuurscultuur in de provincie Noord-Holland te doorbreken. De provincie maakt daar een issue van op speciale Statendagen, in workshops over samenwerking en dualisme. De voorzitter (Johan Remkes) roept partijen op om elkaar meer te gunnen. Lang leve het politieke debat!

De dagelijkse praktijk is dat de coalitiepartijen hun eigen moties schrijven, hun woordvoerders niet de ruimte geven om samen met oppositiewoordvoerders initiatieven te nemen en moties in te dienen. Als dat dan toch een keer gebeurt, is de kans groot dat zo’n gemeenschappelijk initiatief strandt. Er hoeft maar één coalitiepartij te ‘piepen’ en de toegezegde steun wordt ingetrokken. Als zo’n initiatief haaks zou staan op het program-akkoord, valt daar wel begrip voor op te brengen, maar dat is doorgaans niet het geval. De begrippen ‘dualisme’ en ‘vrije kwesties’ zitten niet in de genen van de huidige door de VVD gedomineerde coalitie. Bij het CDA zijn soms nog wel dualistische trekjes waarneembaar, maar het algemene beeld is dat van coalitiepartijen die elkaar krampachtig vasthouden. Of er sprake is van ‘zelfgekozen' coalitiediscipline of van coalitiedwang is voor de oppositie meestal niet waarneembaar.

In het Statendebat van 13 november 2017 over welke richting het op moet met de provincie in 2050 leek het er even op dat de coalitiepartijen met hun moties ‘eigen’ inhoudelijke lijnen wilden uitzetten. Goed voor het debat en de zoektocht naar inhoudelijke overeenstemming en nieuwe vormen van samenwerking. Maar al snel werd duidelijk dat de coalitiepartijen er het meest voor voelden om de eigen moties alsnog te vervangen door coalitiemoties en de meeste andere moties in te trekken na eentweetjes met de gedeputeerden. Daarmee stonden de oppositiepartijen feitelijk buiten spel en zijn de mogelijkheden tot bredere inhoudelijke samenwerking in deze fase onbenut gebleven. Een gemiste kans.

GroenLinks had als enige partij, met steun van diverse andere oppositiepartijen, een integrale richtinggevende motie ingediend, rekening houdend met inhoudelijke oriëntaties van ondermeer D66 en PvdA. Op de PvdA na hebben de coalitiepartijen geen feedback gegeven. De PvdA kon zich vinden in onze motie, die immers goed aansloot bij hun eigen, scherpe verhaal. De motie was positief gepreadviseerd door Gedeputeerde Staten, op een enkel punt na. Tijdens de behandeling bleek, ondanks verwerking van de kritiek van GS, dat de motie helemaal niet de steun van GS genoot. Er was kritiek op de veelheid van punten maar inhoudelijk commentaar bleef zowel in de voorbereiding als tijdens de behandeling achterwege. Voor de coalitie echter aanleiding om ‘en bloc’ tegen te stemmen, inclusief de PvdA die ons haar steun had toegezegd. Over de ‘draai’ van GS is het laatste woord nog niet gezegd, evenals over de cultuur die een coalitiepartij beweegt haar eigen toekomstvisie (voorlopig) ondergeschikt te maken aan de wensen van de politieke partners. In december, als het zgn. koersdocument ter bespreking voorligt, is er weer een moment waarop de verstarde verhoudingen kunnen worden doorbroken. GroenLinks geeft de moed niet op.

Fred Kramer