In tegenstelling tot racefietsen, mountainbikes, scootmobielen en elektrische fietsen zijn elektrische steps niet toegestaan op fietspaden in de Noord-Hollandse duinen. Hierdoor wordt voor een toenemende groep ouderen, die niet meer gebruik kan maken van een (elektrische) fiets en die niet afhankelijk is of wil zijn van een scootmobiel, de toegankelijkheid daarvan beperkt. GroenLinks Noord-Holland vraagt aan het provinciebestuur of zij in gesprek willen treden met PWN, de beheerder van de Noord-Hollandse duinen, om samen te bekijken of het verbod op elektrische steps van tafel kan.

Fred Kramer, Statenlid van GroenLinks Noord-Holland: ‘Elektrische steps vormen een uitkomst voor ouderen die slecht ter been zijn. De step doet op voorhand toch niet meer afbreuk aan rust, natuurbeleving en veiligheid van alle bezoekers dan bijvoorbeeld een elektrische fiets, mountainbike of een scootmobiel? Bovendien mag de elektrische step van de Dienst Wegverkeer (RDW) gewoon de openbare weg op.’

Kramer: ‘GroenLinks vindt het belangrijk dat alle Noord-Hollanders dichtbij huis kunnen recreëren. Ook degenen die minder mobiel zijn moeten kunnen genieten van onze prachtige natuur. Natuurlijk kan het nodig zijn dat je voor instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden de toegankelijkheid voor bepaalde vervoersmiddelen, plaatsen en/of tijden beperkt. Maar dan moet je wel consistente en duidelijke regels hanteren. Natuurlijk gaan we onze kwetsbare natuurgebieden niet blootstellen aan stank, herrie en smerige uitlaatgassen van vieze scooters, jeeps of quads. Maar elektrische fietsen, moutainbikes, racefietsen en scootmobielen wél toestaan maar elektrische steps niet: dat roept terecht vragen op.’

Kramer maakt wel een kanttekening: ‘Met oog op het tegengaan van onderlinge hinder van bezoekers is het van belang de ontwikkeling van de elektrische step en de elektrische fiets  goed te volgen. Maar vooralsnog levert die ontwikkeling geen grond voor het maken van een onderscheid tussen een elektrische fiets, step en scootmobiel, althans voor zover het de toegankelijkheid van natuurgebieden betreft.’

Gedeputeerde Staten moet binnen 30 dagen de vragen beantwoorden.