Landschap en woningbouw kunnen samen

In de ingezonden brief laat de coalitie weten dat vernietiging van het Noord-Hollandse landschap niet de manier is om veel huizen te realiseren in de provincie.

Niet bescherming van het landschap, maar andere zaken staan de realisatie van woningen in de provincie in de weg. De regering zou de verhuurdersheffing kunnen aanpakken of kunnen zorgen dat vliegtuiglawaai geen obstakel vormt voor het bouwen van woningen. Ook zou de Noord-Zuidlijn kunnen worden doorgetrokken naar Purmerend en Zaanstad, om die groeiende regio's goed te verbinden met Amsterdam.

Hieronder vind je het hele artikel. 👇

Woningbouw in een bijzonder landschap

Op 1 december kopte het Noord-Hollands Dagblad dat de Tweede Kamerfracties van CDA en VVD willen dat de minister ingrijpt in de provincie Noord-Holland. Aanleiding voor het artikel was het stellen van Kamervragen over de bouwopgave in de provincie en het bericht ‘Nieuwe omgevingsverordening beschermt 32 bijzondere landschappen. De suggestie die de Kamerleden Terpstra (CDA) en Koerhuis (VVD) wekken dat nieuwe regels het bouwen van woningen in Noord-Holland alleen maar in de weg staan is onjuist en geeft vooral blijk van beperkte kennis van zaken.

De provincie Noord-Holland wil dat er huizen gebouwd worden, veel huizen, en tegelijk het karakteristieke landschap beschermen. Dat laatste gebeurde tot voor kort met een lappendeken aan beschermingsregimes. Deze zijn in de Omgevingsverordening NH2020 samengevoegd tot één Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). In omvang komt het BPL zo goed als overeen met de oude gebieden. Op enkele plaatsen is het beschermingsregime komen te vervallen. Slechts op een beperkt aantal plaatsen beslaat het BPL een gebied waar voorheen nog geen bescherming was. De nieuwe begrenzing is in samenspraak met velen tot stand gekomen, op basis van logische en heldere criteria. De suggestie dat het nieuwe BPL louter nieuwe obstakels zou opwerpen is onjuist.

Een belangrijk verschil met de oude situatie is dat het BPL expliciet kijkt naar de te beschermen waarden, in plaats van een algemeen verbod op te leggen zoals oude regelingen vaak deden. Dat betekent dat er ruimte komt voor ontwikkelingen die de kernkwaliteiten niet aantasten. Hierdoor wordt er meer mogelijk dan vóór het BPL, zonder dat de Provincie het behoud en de versterking van het waardevolle Noord-Hollandse landschap loslaat.

Woningbouw - vooral betaalbare - is ontzettend belangrijk. Uit elk onderzoek blijkt dat daar voldoende ruimte voor is. Vooral binnenstedelijk en aan de randen van steden. Dat kan dus ook zonder het landschap onherstelbaar te vernietigen. Niet alles kan overal, maar er is heel veel mogelijk. Wij buigen niet voor speculanten. De regels beschermen het landschap daarom al tijden tegen die speculanten met strategische grondposities en tegen de gemeentelijke verleidingen van een positieve grondexploitatie.

Woningbouw staat nooit op zich. Mensen willen niet alleen ergens wonen, ze willen ook kunnen werken, recreëren en naar school gaan. Woningbouw en mobiliteit moeten daarom altijd samen optrekken. Als je er niet kunt komen, moet je er ook niet gaan wonen. Doe je dat wel, dan is er naast de auto geen openbaar vervoer als duurzaam alternatief. Dan moet het wegennet worden uitgebreid, nemen de files verder toe en wordt het milieu alleen maar zwaarder belast. Daarom zetten wij in Noord-Holland al tijden in op bouwen bij OV-knooppunten. Steden als Alkmaar, Hoorn en Amsterdam laten zien dat het niet altijd makkelijk is, maar wel mogelijk om op die manier een stevige woningbouwopgave te realiseren. Het vraagt moed, visie en een rechte rug om weerstand te bieden tegen politici en ontwikkelaars voor wie de makkelijke heipaal in onze polders meer oplevert, dan bouwen binnen of aan de rand van steden.

Natuurlijk is binnenstedelijk bouwen moeilijker en soms ook duurder, maar het levert aan het eind van de rit veel meer op: woningen die goed bereikbaar zijn met duurzaam vervoer, waar een concentratie van voorzieningen is en waar gewerkt en naar school gegaan kan worden. En waar de recreatie mogelijkheden in de vrije Noord-Hollandse natuur zelden meer dan 10 minuten fietsen weg zijn. Als het makkelijke bouwen in het buitengebied mogelijk wordt gemaakt, zal dat ten koste gaan van de ingewikkeldere uitdagingen in het stedelijk gebied. Het is een kwestie van makkelijk versus wenselijk. Laat wenselijk dan winnen.

Als de Kamerleden echt iets willen betekenen voor de woningbouw in Noord-Holland, laat hun ambitie dan niet het einde van ons landschap betekenen. Wat zou het mooi zijn als CDA en VVD zich op het Binnenhof hard zouden maken om de echte belemmeringen voor het bouwen van nieuwe woningen op te ruimen.

Laat hen, in plaats van af te geven op de Noord-Hollandse bescherming, vol inzetten op aanpak van de verhuurdersheffing, zodat corporaties weer echt kunnen investeren in de bouw van betaalbare woningen. Laat hen steun uitspreken voor het terugdringen van puur speculatieve grondposities die slechts prijsopdrijvend werken en de grondprijs het belangrijkste obstakel maken voor betaalbare woningbouw. Beperk niet onnodig de ruimte voor het bouwen van woningen in Amsterdam zoals Koerhuis onlangs suggereerde. Laat hen ruimte zoeken voor het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Zaanstad en Purmerend zodat de inwoners van deze groeigemeenten niet allemaal in de Coentunnelfile hoeven te gaan staan. Laat hen steun uitspreken voor het terugdringen van de overlast van Schiphol zodat binnenstedelijke ruimte vrijkomt op plaatsen waar nu niet gebouwd kan worden door vliegtuiglawaai en de LIB5 contouren.

En laat hen om te beginnen lezen wat het Bijzonder Provinciaal Landschap Noord-Holland echt inhoudt. Daarmee zouden ze niet alleen de inwoners van de Provincie Noord-Holland een plezier doen, maar ook gedeputeerde Cees Loggen (VVD) die dit beleid heeft gemaakt en zorgvuldig uitvoert in het belang van de inwoners van Noord-Holland en het Noord-Hollandse landschap.

Lars Voskuil, fractievoorzitter PvdA NH

Amélie Strens, fractievoorzitter D66 NH

Erik van der Maas, fractievoorzitter VVD NH

Rosan Kocken, fractievoorzitter GL NH