Algemene Beschouwingen: tijd voor nieuw denken én vooral doen

Vandaag sprak onze nieuwe fractievoorzitter en lijsttrekker Zita Pels over de begroting van het Noord-Hollandse provinciebestuur. Ze zei dat het tijd is voor een nieuw denken en vooral ook  doen. Tijd voor stevige ambities. Geen tijd meer voor proefballonnetjes zoals het willen bouwen van een kerncentrale. Klimaatverandering dwingt ons om nu te handelen.
 
Lees hieronder haar volledige bijdrage:

Collega’s,

Het is een groot genoegen om voor de eerste keer de algemene beschouwingen te mogen uitspreken namens GroenLinks. En tegelijkertijd is het ook “onze” laatste keer voor de verkiezingen en de laatste keer dat de huidige commissaris de beschouwingen in goede banen leidt. Kortom, een gedenkwaardig moment. Wij willen de ambtenaren bedanken voor de goede verwerking van de nieuwe opzet van de begroting en ook gedeputeerde Post bedanken voor de wijze waarop zij Provinciale Staten in dit proces de ruimte heeft gegeven.

Na bijna vier jaar samenwerken kennen we elkaar goed en ook het verschil in taalgebruik tussen oppositie en coalitie. Om wat meer toenadering te zoeken, begin ik de duiding mijn begroting met veelgebruikte coalitie-woorden: we vinden de begroting een ‘sympathiek’ voorstel, maar zien nog wel een aantal aandachtspunten als we hier mee verder willen gaan.

Als een woord niet alleen op Twitter trending zou kunnen zijn, maar ook in de maatschappij, dan zou dat dit jaar het woord ‘klimaat’ zijn geweest. Iedereen heeft het er over en inmiddels delen we allen de zorgen en weten we dat het anders moet. Voorspellingen worden steeds heftiger over de hoogte van de zeespiegelstijging. Dat verbindt ons, want Noord-Holland komt voor ongekende opgaven te staan. Wij bevinden ons in een nieuwe realiteit waarin niet alleen de hoeveelheid geld bepaalt wat we kunnen doen, maar ook de hoeveelheid co2 die we uitstoten. Voor groene partijen bestaat deze realiteit al een tijdje, maar gelukkig hebben bijna alle hier vertegenwoordigde partijen een ontwikkeling doorgemaakt, waarin ze ook hun achterban mee hebben genomen in dit indrukwekkende proces. Een goed voorbeeld hiervan is het dossier veenweide. We hebben op dit dossier een kentering gezien de afgelopen jaren. Gedeputeerde Loggen heeft de agendering van de veenweide problematiek omarmd en is samen met Provinciale Staten op verkenning gegaan naar de mogelijkheden, en dit met een open vizier. Ik ga er vanuit dat we door deze verkenningen de volgende periode komen tot de maatregelen die noodzakelijk zijn voor het redden van de Noord-Hollandse veenweidegebied.

Want daar is het wel tijd voor. Voor niet alleen een nieuw denken, maar vooral ook voor doén. Voor mij zijn denken en doen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mijn vader heeft een mooie carrière gehad in de wetenschap. Hij leerde mij over grote denkbeelden en leerde mij die van mijzelf altijd te bevragen. Denken was dus goed verankerd in mijn opvoeding. Maar doen ook. Ik groeide voornamelijk op bij mijn moeder. Als alleenstaande moeder in de crisis van de jaren ’80 was het zwaar om het hoofd boven water te houden. Toch lukte het haar om mij een warme opvoeding te geven en tegelijkertijd een bestaan als zelfstandige op te bouwen. En voor GroenLinks gaat het ook om denken én doen. GroenLinks laat dan ook lokaal al zien verantwoordelijkheid te kunnen dragen en actiebereid te zijn. Zo zorgt GroenLinks in Amsterdam met een nieuw energiecontract voor de bouw van 20 tot 65 windmolens en beschermen we ons groen: in Waterland de Purmer, in Diemen Spoorzicht en heeft Heemstede voor het eerst een wethouder natuur die een ecologisch beleidsplan zal opstellen voor de gehele gemeente.

Het is dus tijd voor denken én doen. Voor stevige ambities. De provincie Noord-Holland moet in de ogen van GroenLinks in 2040 klimaatneutraal zijn en koploper worden in duurzame innovatie. We zien dit als een gedeeld opgave, waarin informatie delen en educatie essentieel zal zijn in de omvorming naar een duurzame maatschappij. Mensen moeten mee kunnen komen en begrijpen waarom we bepaalde stappen zetten. Voorlopers moeten we actief steunen en we moeten zorgdragen dat lokaal draagvlak wordt gecreëerd bij grote ontwikkelingen door buurten een aandeel te geven in de ontwikkeling, zodat gemeenschappen direct profijt hebben. Draagvlak heeft ook alles te maken met draagkracht. We moeten zorgen dat de energietransitie eerlijk verloopt. Dit vraagt om een inspanning van alle overheidslagen in onze provincie, ondernemers, bewoners en NGO’s. Met al deze partijen willen wij een Eerlijk Energieakkoord sluiten waarin we ambities vastleggen en waar vanuit we gaan samenwerken aan een eerlijke en duurzame toekomst. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten gaan dragen.

Het is ook eerlijk als degene die vervuilt, voor die vervuiling betaalt. De tijd waarin kosten konden worden afgewend op de maatschappij, nadert zijn einde. ‘De vervuiler betaalt’ is eerlijk, maar kan ook beangstigend klinken voor bijvoorbeeld een MKB-er. Een ondernemer kan verdwalen in alle voorschriften en het is belangrijk dat wij als overheid de helpende hand uitsteken en het MKB op weg helpen in deze transitie. Ook een gemiddelde boer zal misschien denken dat GroenLinks hem of haar in een verdom hoekje zet als er wordt gesproken over de vervuiler. Dat is absoluut niet zo. Ja, ook in de landbouw moeten we een grote transitie door. Maar de boer krijgt niet de schuld van de huidige staat van de landbouw. Voor ons zit het probleem in het systeem. Een systeem waarin boeren steeds meer moeten doen voor minder en zij worden gedwongen naar ongezonde maatregelen te grijpen. Ook dit is niet eerlijk en wij willen ons de volgende periode hard maken voor een eerlijker systeem waarin boeren worden ondersteund in de benodigde transitie. We hebben geen tijd meer voor mitsen, maren en vertragen. Geen tijd meer voor proefballonnetjes zoals het willen bouwen van een kerncentrale. Klimaatverandering dwingt ons om nu te handelen. En er is ook geen reden om te wachten. De Hemwegcentrale kan snel dicht, je moet alleen wel de moed hebben om afstand te nemen van de fossiele economie.

Het borrelt in de maatschappij. Mensen die opstaan en zeggen dat het genoeg is geweest. Mensen die het zelf gaan doen. Mensen zijn teleurgesteld in de politiek, omdat die steeds vaker geregeerd wordt door de waan van de dag en meer oog lijkt te hebben voor de belangen van grote bedrijven dan van haar burgers. We moeten dan ook niet alleen aan de slag met klimaatverandering, we moeten ook de menselijke maat weer terugbrengen en empathie centraal stellen. We moeten niet door het geld geregeerd worden, maar door onze idealen. Denk maar eens aan de vreselijke gevolgen van de decentralisatie van de jeugdzorg. Niet alleen komen 25 gemeenten in Noord-Holland in nood omdat zij genoodzaakt door de bezuinigingen een tarief instellen wat lager lag dan de kostprijs en daardoor geen jeugdzorg meer aan kunnen bieden per 1 januari aanstaande. En denk aan de sluiting van het Transferium waardoor jongeren worden gedwongen uit te wijken naar andere provincies voor gesloten Jeugdzorg en zij zo ver van hun families verwijderd worden. En nee, de provincie heeft niet of niet meer de macht om dit op te lossen. Maar dat maakt niet dat onze Noord-Hollandse bevolking zich hier geen zorgen over maken en het ontslaat ons niet van onze plicht om te zorgen voor een sterk Noord-Holland waar basisvoorzieningen gewaarborgd zijn. Laten wij een provincie zijn die samen optrekt met gemeenten en de slagkracht van de provincie gebruikt om bij het rijk verandering af te dwingen. Ziet Gedeputeerde Staten hier voor zichzelf ook een rol in? Zo ja, hoe zou Gedeputeerde Staten dit willen invullen? Zo niet, waarom niet?

We moeten denken én doen. GroenLinks weet de verandering lokaal te realiseren en het is tijd dit ook provinciaal te gaan doen. GroenLinks heeft het in zich in Noord-Holland. In Amsterdam, Haarlem, Wormerland en Diemen werden we de grootste in maart. We verdubbelden in het aantal zetels in Noord-Holland en doen in meer colleges mee dan ooit hiervoor. En die opmars zetten we voort en na komende Provinciale Statenverkiezingen zullen wij ook in de provincie onze verantwoordelijkheid nemen.

En over de verkiezingen en de huidige begroting gesproken, wij zien een aandachtspunt in de verwerking van de nieuwe reserves. Zoals in elke periode stellen provinciale staten reserves in met een bepaald politiek doel. Deze reserves lopen op enig moment weer af waarna de middelen opnieuw ingezet kunnen worden voor politieke doelen. Met de wijziging van de opzet van de begroting lijken de technische wijzigingen en de politieke wijzigingen door elkaar te lopen. Reserves die bijna aflopen worden nu onder het mom van een technische wijziging herverdeeld over verschillende nieuw in te stellen reserves. Dat is strijdig met onze eigen kadernota reserves en wij vragen dan ook van het college om de reserves die in 2018 en 2019 aflopen niet her te verdelen, maar vrij te laten vallen naar de algemene reserve. Zo wordt de indruk van vooruit onderhandelen door de huidige coalitiepartijen voorkomen en is het aan het nieuwe bestuur na maart 2019 om te beslissen over de reserves die eind 2019 aflopen. Kan Gedeputeerde Staten toezeggen de reserves UNA, TWINH, EXINH en stedelijke vernieuwing niet bij de technische wijzigingen te betrekken en deze op de vastgestelde datum vrij te laten vallen?