De afgelopen jaren stelde het provinciebestuur dat zij veel doet aan duurzaamheid. Wat GroenLinks betreft was het echter lang niet genoeg en te inconsistent: de onlangs aangeschafte nieuwe dienstauto’s waren nota bene ouderwetse diesels. Zo wordt de provincie nooit fossielvrij. We hebben integraal duurzaamheidsbeleid nodig. Dat betekent dat op alle provinciale beleidsterreinen aandacht voor duurzaamheid moet zijn, of het nu gaat om mobiliteit, landbouw, of de regels omtrent nieuw te bouwen woningen. Het is daarom cruciaal om op elk van de deelterreinen de CO2-uitstoot in kaart te brengen en jaarlijks een CO2-begroting op te stellen.

Klimaatwetenschappers adviseren om de doelstellingen van het Parijs Klimaatakkoord aan te scherpen en ernaar te streven in 2040 of eerder die doelen te bereiken. We moeten er vol op inzetten de komende jaren de energietransitie te versnellen. Omdat de gevolgen van klimaatverandering desastreus zullen zijn als wij de opwarming van de aarde niet zo snel mogelijk
beteugelen. Maar ook omdat verduurzamen grote economische kansen biedt, zowel voor de arbeidsmarkt als voor de economie in het algemeen. Door koploper te worden, benutten we die kansen maximaal.

De rekening van de verduurzaming mag niet bij burgers die weinig te besteden hebben worden neergelegd: uitgangspunt is dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Bij de duurzame keuzes die de provincie maakt, wordt daarom aandacht besteed aan de inkomenseffecten. Ook burgers die weinig te besteden hebben, moeten kunnen profi teren van de transitie en grote bedrijven moeten een bijdrage leveren naar draagkracht. Zo zorgen we voor een eerlijke energietransitie.

  1. Het ambitieniveau moet drastisch omhoog; De provincie streeft ernaar dat Noord-Holland in 2040 klimaatneutraal is, en stelt heldere tussendoelen.
  2. We sluiten een Eerlijk Energieakkoord met alle betrokken partijen. Hierin spreken we af dat wij onze energiebehoefte indammen, de energie die we echt nodig hebben uit duurzame bronnen halen én dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.
  3. De provinciale organisatie is uiterlijk in 2030 klimaatneutraal. De provincie streeft ernaar dat deelnemingen en andere partners ook in 2030 klimaatneutraal zijn, en stelt heldere tussendoelen.
  4. Naast de financiële begroting wordt jaarlijks een CO2-begroting opgesteld en alle beleidsvoorstellen hebben in de toelichting een klimaatparagraaf. Deze klimaatparagraaf kijkt ook naar de inkomenseffecten om te verzekeren dat er een eerlijke transitie plaatsvindt waarbij juist die groepen die momenteel achterblijven, door de provincie worden beschermd.
  5. De provincie investeert in meer kennis op het gebied van duurzaamheid in de eigen organisatie en bevordert het bewustzijn onder de inwoners dat klimaatmaatregelen dringend noodzakelijk zijn.
  6. De provincie legt actief contact met burgerinitiatieven om hen met raad en daad, of met financiële middelen te ondersteunen, bijvoorbeeld in de aanloop/opstartfase van duurzame lokale initiatieven, onder andere door duurzaamheidseducatie.
  7. Verduurzamen vraagt om specifi eke arbeidskrachten. De provincie spant zich in om een goede aansluiting tussen de vraag naar deze arbeidskrachten en mbo- en hbo-opleidingen in Noord-Holland te realiseren.
  8. De energietransitie wordt versneld. De provincie neemt daartoe een actievere rol op zich richting gemeenten, burgers, bedrijven, en woningcorporaties. De provincie zorgt voor een zo groot mogelijke verspreiding binnen en buiten de provincie van duurzame innovaties en best practices.